Stroomberekening voor een evenement: zo reken je per fase
Te weinig stroom of een overbelaste fase merk je pas als er iets uitvalt, meestal tijdens de show. Met een paar vuistregels reken je vooraf uit of je aansluiting het aankan en hoe je de apparaten over de fases verdeelt.
Eenfase en driefase: de basis
In Nederland is de spanning tussen een fase en de nul 230 volt. Een driefase-aansluiting heeft drie fases (L1, L2 en L3); tussen twee fases staat 400 volt. De meeste licht-, geluid- en videoapparatuur werkt op 230 volt en hangt dus aan één fase.
Het vermogen dat een fase kan leveren reken je uit met P = U × I: spanning maal stroom. Voor planning reken je met een arbeidsfactor (cos φ) van ongeveer 1. Moderne LED-apparatuur en schakelende voedingen zitten daar dicht bij.
- Blauwe CEE-stekker: 230 volt, eenfase (3 polig)
- Rode CEE-stekker: 400 volt, driefase (5 polig)
- Schuko: 230 volt, gewoon stopcontact, in de praktijk 16A
Hoeveel vermogen levert een aansluiting?
Per fase is het vermogen 230 volt maal de zekering. Bij driefase heb je dat drie keer, maar alleen als je de belasting netjes over de fases verdeelt.
| Aansluiting | Per fase | Driefase totaal | Ruim gepland (80%) |
|---|---|---|---|
| CEE 16A eenfase / Schuko | 3,7 kW | — | 2,9 kW |
| CEE 16A driefase | 3,7 kW | 11 kW | 8,8 kW |
| CEE 32A driefase | 7,4 kW | 22 kW | 17,7 kW |
| CEE 63A driefase | 14,5 kW | 43 kW | 34,8 kW |
| CEE 125A driefase | 28,8 kW | 86 kW | 69 kW |
Plan structureel op hooguit 80% van de zekering. Een zekering die langdurig op de grens draait, wordt warm en kan alsnog afschakelen, en je houdt geen ruimte voor een extra verbruiker op het laatste moment.
Rekenen per fase in vier stappen
- Maak een lijst van alle apparaten met hun opgenomen vermogen. Gebruik het maximale vermogen uit de specificaties, niet het gemiddelde.
- Tel per groep het vermogen op en reken het om naar stroom: I = P ÷ 230. Een groep van 2.300 watt trekt dus ongeveer 10 ampère.
- Verdeel de groepen over L1, L2 en L3 zodat de fases zo gelijk mogelijk belast worden.
- Controleer per fase of de stroom onder 80% van de zekering blijft, en reken daarna het totaal voor de hele aansluiting.
Een voorbeeld: 24 washes van 300 watt zijn samen 7,2 kW. Op een 32A driefase-aansluiting zet je acht washes per fase: 2,4 kW, ruim 10 ampère per fase. Dat laat per fase nog zo'n 15 ampère over voor andere apparatuur binnen de 80%-grens.
Waar het in de praktijk misgaat
- Scheve verdeling: alles op L1 omdat die het dichtst bij zit. De zekering van L1 slaat af terwijl L2 en L3 bijna leeg zijn.
- Inschakelstromen: compressoren, koelingen en sommige versterkers trekken bij het aanzetten kort een veelvoud van hun normale stroom. Schakel niet alles tegelijk in.
- Vergeten verbruikers: catering, bars of een ander bedrijf dat "even" op jouw aansluiting gaat. Neem ze vooraf mee in de berekening.
- Doorlussen zonder overzicht: een verdeler aan een output van een andere verdeler telt mee voor de bovenliggende zekering.
Een aggregaat kiezen
Aggregaten worden in kVA opgegeven. Tel het totale vermogen van je berekening op, neem de zwaarst belaste fase als uitgangspunt (een aggregaat levert per fase een derde van zijn vermogen) en houd ruimte voor inschakelstromen en uitbreiding. Bespreek de keuze altijd met de verhuurder of je elektricien.
Veiligheid en verantwoordelijkheid
Een stroomberekening is een planningsinstrument. Tijdelijke installaties op evenementen moeten voldoen aan de geldende normen, en de aanleg en controle horen bij een deskundige elektricien. Gebruik de berekening om vooraf het gesprek met die elektricien te voeren, niet om de keuring te vervangen.